09-07-13

Veilig contact leggen met een hond

Wat doe je als je een hond tegenkomt die je niet kent? Hier wat regels om op een veilige manier contact te leggen met een hond:

Regel 1: Kijk de hond niet strak aan. Door vlak boven of naast zijn ogen te kij­ken kun je heel goed zien wat hij doet zonder dat hij zich bedreigd hoeft te voe­len.

Regel 2: Buig je niet over de hond heen maar blijf op enige afstand van hem staan. Honden meten elkaars krachten door over elkaar heen te hangen en daar­om is deze benadering niet zeer welkom.

Regel 3: Noem de hond bij zijn naam en praat rustig tegen hem.

Regel 4: Let op zijn lichaamstaal, kwispelt hij wijd met zijn staart, staan zijn oren rechtop, houdt hij zijn lijf niet strak maar ontspannen, en heeft hij de mond open (een gesloten mond kan op spanning duiden en al helemaal als de hond af en toe een klein puntje van zijn tong naar buiten steekt), dan is de kans groot dat de hond genoeg vertrouwen heeft in onbekenden om zich toch te laten aanhalen.

Regel 5: Laat het initiatief tot lichamelijk contact van de hond uitgaan. Blijf rustig staan en wacht af of hij naar je toe komt. Alleen als hij zelf contact zoekt is het veilig om hem aaien!

Regel 6: Aai de hond niet over de nek, maar rustig over de borst waarbij je de hand verticaal en de vingers ontspan­nen en daardoor iets gebogen houdt. Kriebel zachtjes met de achterkant van je gebogen vingers over zijn borst, ter­wijl je rustig blijft praten met een vriendelijke lichte stem. (Reden van deze handhouding is dat mocht een hond bijten, hij veel meer vat heeft op een horizontaal gehouden hand omdat de totale vingerbreedte veel groter is dan die in verticale positie). Blijft de hond ontspannen, dan kan heel rustig over de kop geaaid worden.  

Pas op, een loslopende hond
Wat staat je te doen als er een onbekende hond aankomt die losloopt? In zo'n geval gelden heel andere regels, namelijk heel rustig verder lopen en de hond negeren. Kijk naar de lucht of naast de hond als je zeker wilt weten waar hij uithangt, maar kijk hem nooit recht aan. Door dat te doen wordt hij op je attent gemaakt. Maak geen drukke bewegingen, want die vallen hem beslist op, steek liever je handen heel rustig in je zak. En ga vooral niet rennen. Honden zijn inge­steld om attent te zijn op dieren die zich over de grond voortbewegen. De meeste honden zullen niet of nauwelijks aandacht hebben voor dingen in de lucht zoals overvliegende vogels. Het is immers veel makkelijker voor ze om een prooi op de grond te verschalken en zij nemen dan ook de kleinste beweging onmiddellijk waar.  

Aangezien een prooi zal vluch­ten als het daartoe de kans krijgt, reageren honden onmiddellijk op zo'n beweging. Hoe harder iets wegloopt, hoe sneller een hond erachteraan zal gaan. Iets wat voor je vlucht is immers niet bedreigend, dat in tegenstelling tot iets wat stil blijft staan en jou in de gaten houdt. Een vluchtend dier is een prooi en zal bejaagd worden, iets wat stilstaat trekt min­der aandacht, terwijl iets wat op je afkomt bedreigend is. In het laatste geval kun je heel makkelijk zelf de prooi zijn.

Wanneer een hond zich op zeer bekend terrein bevindt kan ook nog een stukje territorium­drift meespelen. Honden zijn feller in een bekend bos dan in een bos waar ze voor het eerst komen. In het laatste geval hebben ze het nog te druk met zich te oriënteren en alle nieuwe luchtjes en weggetjes in het groen te ontdekken.

Dus: stilstaan en net doen of de hond lucht is. Doordat je de hond niet aankijkt, daag je hem niet uit. Doordat je stilstaat, activeer je niet langer zijn jachtdrift en neemt zijn opge­wondenheid af. Vaak zal na een tijdje zijn aandacht voor je verflauwen en zal hij gewoon weggaan omdat er niets meer gebeurt. Honden hebben niets met stilstaande voorwerpen waarmee geen contact gemaakt wordt. Je staat net zolang stil en kijkt naar de lucht totdat de hond vertrekt. Honden zijn van nature jagers en moeten wel reageren op snel bewegende voorwerpen, al helemaal als die van hen vandaan bewegen. Want dan gedraagt men zich immers als een weg vluchtende prooi. Praat niet tegen de hond en loop niet in zijn richting. Heel simpel gezegd is het het beste te doen alsof hij helemaal niet bestaat, dan heb je de beste kans.  

Vraag het de eigenaar
Een heel goede manier om kinderen op een verantwoorde manier te laten omgaan met honden die aangelijnd zijn of waarvan de eigenaar vlak in de buurt is, is door ze de begeleidende eigenaar te laten vragen of ze de hond mogen aaien. Zegt zo'n eigenaar 'nee' dan weet het kind dat de hond geen kinde­ren gewend is of misschien een beetje bang voor ze is en dat zo'n hond het dan gewoon helemaal niet leuk vindt om geaaid te worden. Zegt zo'n eigenaar 'ja', dan kan men er vanuit gaan dat het aanraken van die hond vertrouwd is. Toch is het ook in zo'n geval niet ver­standig hem dan maar meteen om de nek te gaan hangen. Veel beter is het contact rustig op te bouwen volgens omgangsregels die voor honden heel natuurlijk overkomen.

14:42 Gepost door peter santens | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

De commentaren zijn gesloten.