06-03-11

Een tweede hond erbij

Een hond is leuk. Twee dus ook, zul je misschien denken. Maar voor de oude hond valt het vaak niet mee als er een nieuwe hond bij komt. Je kunt veel frustraties voorkomen door de kennismaking tussen beide honden zorgvuldig te begeleiden. En zorg ervoor dat het voor iedereen leuk blijft! Want onderlinge ruzies en bloedige vechtpartijen tussen de honden liggen op de loer.

Oorzaak ruzies oude en nieuwe hond
- inmenging, waardoor misverstanden en onduidelijkheden tussen de honden ontstaan.
- bescherming van de ranglaagste.
- wisseling van ranghoogte door ouderdom of zwakte. 

Voorkomen ruzies oude en nieuwe hond
- bemoei je zomin mogelijk met ruzies tussen de honden.
- trek de ranghoogste voor.
- laat de honden elkaar buiten op onbekend terrein ontmoeten.
- laat de honden samen en tegelijk naar binnen.

Oplossen ruzies oude en nieuwe hond
- ranghoogste voortrekken.
- ranghoogste aanwijzen en voortrekken.
- ranglaagste laten castreren.

Er zijn veel redenen om een tweede hond te willen. Bijvoorbeeld omdat de eerste hond van een van de kinderen is en een ander kind ook een `eigen' hond wil hebben (reali­seer je echter dat maar weinig kinderen 'hun' hond meenemen als ze het huis uitgaan en dat het uiteindelijk dus jouw hond wordt) Of omdat twee mensen binnen hetzelfde gezin aan hondensport willen gaan doen. Of omdat het zo leuk lijkt voor de eerste hond.

Maar honden vinden zo'n nieuwkomer vaak helemaal niet zo leuk. Voor een hond is `my home, my castle' niet zomaar een uitdrukking, maar een ware levensopvatting. In zijn eigen huis woont de hond veilig met zijn eigen gezin, dat hij tegen omringende gevaren als indringers beschermt. Het hele huis draagt zijn eigen geur en zo hoort het ook. Een huis is voor een hond als een hol voor een wolf: een soortgenoot die niet tot de eigen roedel behoort, komt er niet in! Je hond denkt daar in feite hetzelfde over als zijn voorouder de wolf. Haal je een nieuwe hond in huis, dan heeft je andere hond het daar gewoon heel moeilijk mee. Zeker als je ook nog eens je uiterste best gaat doen de nieuwe hond op zijn gemak te stellen. Want in jouw ijver en toewijding breek je vaak alle leefregels die honden onder elkaar hebben.

Een pup bij een volwassen hond
Stel: je hebt bedacht er een puppy bij te nemen. Het langverwachte moment is aangebro­ken en de pup mag met je mee naar huis. Natuurlijk vindt het hele gezin het hondje schattig en ontfermt zich er vol liefde over. Maar je oude hond bekijkt de situatie vanuit een totaal ander gezichtspunt. Hij heeft ineens als volwassene de plicht dat kleine hondje te leren hoe de omgangsregels in de wereld van hon­den eruitzien.

Respect volwassen hond
En die zijn nogal anders dan wij mensen vaak denken. Om te beginnen vraagt je volwassen hond respect. Hij wenst bijvoorbeeld niet te worden gestoord als hij slaapt en zijn speeltjes zijn gewoon van hem. Het is zelfs heel goed mogelijk dat hij vindt dat de speeltjes voor de pup ook van hem zijn. Is de pup nogal overmoe­dig en valt hij de volwassen hond steeds lastig, dan zal de volwas­sen hond hem van zich af snauwen. Hij kan zijn lip optrekken, grommen en zelfs uitvallen. De pup schrikt, piept zachtjes en druipt af. Zo hoort dat, bij wolven gaat dat niet anders.

Pups worden daardoor niet bang voor de volwassen hond, ze maken vlak daarna heel gewoon weer contact. Ze worden wel heel sociaal vaardig, ze leren hoe ze met hun gedrag een bedreigende situatie kunnen keren. Daarop is de relatie tussen volwassenen geba­seerd. Weten wat je moet doen om boosheid te stoppen. Wij mensen vin­den dat echter juist hartstikke zielig. En mopperen op de volwassen hond: `Kun je wel, tegen zo'n klein puppy. Foei, ga maar op je plaats'. En we vertroetelen de pup.

Er gebeurt daardoor onbedoeld iets heel vervelends: de volwas­sen hond raakt vreselijk gefrustreerd, want hij kan niet doen wat zijn hond-zijn hem ingeeft. De pup wordt overmoedig en krijgt te veel praatjes. De pup wordt immers gesteund door de roedelleider? En zo worden goedbedoeld de onderlinge sociale regels en de rangen en standen tussen honden verstoord.

Verwarring tussen pup en volwassen hond
De kans op totale verwarring door alle onduidelijkheid is gigantisch. De volwassen hond moet steeds meer op zijn strepen gaan staan om zijn gelijk te halen en de pup denkt dat hij zich gerust van alles kan permitteren. Het baasje staat immers pal achter hem? Toekomstige vechtpartijen zullen zo schering en inslag worden, in plaats van de innige vriendschap die natuurlijk de bedoeling was.

Hondentaal
In de natuur regelen wilde honden de onderlinge rangen en standen allemaal prima zelf. Vechtpartijen binnen een roedel zijn zelfs hoogst zeldzaam, want vechten is alleen maar verspil­ling van energie. Bovendien heb­ben ze elkaar veel te hard nodig om samen te werken en te over­leven. Honden kunnen het dus prima zelf regelen. Een makke­lijk criterium is om te kijken of de pup echt bang wordt voor de volwassen hond. Meestal schrikt een pup even (bijvoorbeeld tij­dens een stoelspelletje dat de volwassen hond ineens afbreekt door wat harder te grommen of te bijten), druipt af, herstelt zich weer snel en begint gewoon weer van voren af aan naar de volwassen hond toe te gaan. Dan was er niets aan de hand! Pup en volwassen hond spreken heel gewoon de hondentaal.

Dominante pup en onderdanige volwassen hond
Het is mogelijk dat je een dominant puppy in huis hebt gehaald en dat je vol­wassen hond een nogal onderdanige aanleg heeft. Misschien laat hij zich wel volledig rin­geloren door de pup. Maar ook dat moet je ze dan laten uitdokteren. Honden regelen dat soort zaken uitstekend zelf.

In zo'n geval zal de pup vermoedelijk opgroeien tot de baas van de twee en ook dat is prima. Juist als je je er wel mee bemoeit wordt het voor hon­den allemaal erg ingewikkeld. Dus laat ze het zelf regelen, al draait je hart om.

Een volwassen hond erbij
Het kan ook zijn dat je niet kiest voor een pup, maar voor een wat oudere hond. In zo'n geval is het verstandig om een hond van het andere geslacht te nemen en van een andere leeftijd. En van een andere sociale rangorde.

Heb je een zeer zelfbewuste reu in huis, dan is het handig om een wat deemoedig teefje uit te zoeken en niet een minstens zo zelfbe­wust type van ook nog eens dezelfde leeftijd. Natuurlijk zijn er voorbeelden waar twee teven of twee reuen prima met elkaar samenleven, maar dat is zeker bij reuen lang niet altijd het geval. Het is dus verstandiger het zekere voor het onzekere te nemen.

Eerste kennismaking volwassen honden
Het thuisfront is een emotioneel nogal beladen gebied en daarom is het beter om bij de eerste kennismaking de hon­den elkaar buiten, op neutraal terrein, te laten ontmoeten. Het mooiste is het beide honden van de lijn los te maken, want alleen dan zijn ze in staat ongehinderd hun eigen kennismakingspatronen te volgen. Na wat gesnuffel en soms wat geïmponeer zal de ontmoeting ontspannen verlopen en meestal eindigen in een spelletje 'pak me dan als je kan'.

Dat is het moment om beide honden mee naar huis te nemen. Laat ze tegelijk naar binnen gaan, want dat voorkomt dat de oudste hond zijn territorium alsnog gaat verdedigen.

Gedrag van de hondenbaas
Heel belangrijk is vanaf dit moment hoe je je gedraagt. Je wilt natuurlijk de nieuwkomer op zijn gemak stellen. Maar als je de nieuwe hond dingen toestaat die de eerste hond nooit mag, frustreer je de eerste hond. En als je je eerste hond wat minder aandacht geeft omdat je het zo druk hebt met de nieuwe huisgenoot, dan voelt hij zich danig in een hoek gezet. En wanneer hij een keer gromt naar de nieuwkomer en je moppert op hem en buigt je troostend over de nieuwe hond, dan maak je het zelfs voor beide honden erg inge­wikkeld. Zij hadden hun sociale ladder al helemaal geregeld en nu ondermijn je de positie van de eerste hond. Je geeft de nieuwe hond een superieure rol die hij helemaal niet ambieerde.

Zo veroorzaken jouw goedbedoelde acties alleen maar problemen. Beide viervoeters snappen het niet meer en worden onzeker. Misschien durft de nieuwkomer niet eens meer ontspan­nen rond te lopen en vermijdt de kamer waar de eerste hond zich bevindt. Volstrekt ten onrechte zou je dan kunnen denken dat dit komt door dat gegrom en zou je kunnen door­gaan met het geruststellen en betuttelen van nummer twee. Daarmee geef je dus alle privileges die een hoger geplaatste hond nu eenmaal heeft aan de ondergeschikte hond. De nieuwkomer zal steeds minder blij worden en uiteindelijk als een schim van zichzelf door het leven gaan.

De eerste hond is koning
Wat moet je dan wel doen? Je moet de eerste hond juist alle credits geven. Behandel hem als een vorst. Als hij gromt, bevestig je zijn rang en stuur je de tweede hond weg. Of negeer ze allebei helemaal en bemoei je er absoluut niet mee. Ga desnoods de kamer even uit als je het niet kunt aanzien. Geef nummer één extra lekkers waar nummer twee bij is. Knuffel de oudste hond, zomaar, voor niets. Gewoon omdat hij bestaat. Geef hem het eer­ste eten. Negeer de tweede hond een beetje, knuffel hem niet en geef hem niet iets lekkers waar hond nummer één bij is. Als je je zo gedraagt, zul je zien dat beide honden zich ontspannen en prettig samenleven. Door je zomin mogelijk te bemoeien met hun sociale leefregels en je zo te gedragen dat je de superieure positie van hond nummer een onder­steunt, zorg je voor een prettig, ontspannen leefklimaat waarin iedereen zich gelukkig kan voelen.

Honden kennen geen democratie
Een hoger geplaatste hond gedraagt zich vaak als volgt: ergens ligt een speeltje van hem en hij heeft zogenaamd geen interesse. Maar er is geen twijfel mogelijk dat hij de ander niet zal toestaan het aan te raken. Een ijzige, starende blik weerhoudt de ander ervan. Of de hoger geplaatste hond gaat in een deuropening liggen zodat de ander er niet door kan. Of hij neemt juist die plaats in zijn bezit waar hij zoveel mogelijk zicht heeft op alles wat er gebeurt en de ander mag daar niet liggen. Of hij pakt alle speeltjes en botjes af.

'Gelijke monniken, gelijke kappen' gaat helemaal niet op voor honden onder elkaar. Onze democra­tische inzichten over gelijkheid en broederschap maken voor hen het leven alleen maar erg ingewikkeld. Mocht het zover komen dat de lager geplaatste hond niet eens meer bij zijn eigen voederbak of de waterbak mag komen, dan is het een ander verhaal. In dat geval geef je hem apart te eten of verbied je het optreden van de hoger geplaatste hond net zolang tot de lager geplaatste hond zoveel vertrouwen heeft in je ondersteuning dat hij zijn bak eten zelf durft te verdedigen.

Of geef de ranghoogste een time out en zet hem bui­ten de deur zonder eten. Wanneer hij eenmaal begrijpt dat het resultaat van zijn optreden niet extra, maar juist helemaal niets is, zal hij zijn provocaties staken. In de omgangsre­gels van honden is het normaal dat je mag houden wat je eenmaal te pakken hebt. De hoger geplaatste hond moet gewoon niet overdrijven. Eigenlijk is het het handigste om de twee honden gescheiden eten te geven. Dan hoef je helemaal geen problemen te verwach­ten.

Kort samengevat: een nieuwe hond erbij is voor veel volwassen honden een moeilijke kwestie. Laat de honden zelf uitvogelen hoe hun sociale omgangsregels zijn. Je voorkomt dan frustra­ties die tot ernstige vechtpartijen kunnen leiden. Eerlijk alles delen is een menselijke emotie die honden slechts in verwarring brengt. Hoe minder je je mengt in hun relatie, hoe beter twee honden het met elkaar kunnen vinden.

13:39 Gepost door peter santens | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

De commentaren zijn gesloten.