04-12-13

Mijn hond blaft in de auto. Wat nu?

hond-in-de-auto-stuur.jpgEen hond die steeds blaft in de auto is irritant en daardoor gevaarlijk. Hij leidt de aandacht van de bestuurder af in diens pogingen om de hond te laten stoppen met het blaffen. Soms slaat men in opperste frustratie naar achteren om de hond af te remmen. Soms helpt dat heel even, heel vaak helemaal niets.

Hoe leer je een hond af te blaffen in de auto?
Net als alle gedrag moet gedrag zich ontwikkelen om effectiever te worden. Dat geldt ook voor het blaffen in de auto. Dat gedrag is ‘gewoon’ aangeleerd. Natuurlijk zal een zenuwachtige hond sneller gaan blaffen dan een heel relaxed typetje. En natuurlijk zal een hond met veel territoriumdrift eerder gaan blaffen dan een hond die met iedereen dikke maatjes is. Maar honden kunnen ook zomaar gaan blaffen waarbij het lijkt dat er geen enkele reden voor is. Hoe het ook zij, het is beter het gedrag voor te zijn.

Mijn hond haat autorijden, wat nu?
Sommige honden haten autorijden, soms is de reden onbekend, soms zijn ze erg geschrokken, omdat ze van de bank zijn gevallen of omgevallen zijn bij plotseling hard remmen. Dergelijke honden weigeren de auto in te gaan of gaan er met veel tegenzin in. Soms zijn ze daarbij erg opgewonden, soms juist teruggetrokken en timide. Dat ligt een beetje aan het karakter van de hond en of hij en hoe bang hij is. Sommige honden zijn wagenziek, iets wat bij jonge honden vaker voorkomt en meestal rond het jaar (of eerder) als vanzelf over gaat. 

Hond op de voorbank
Menige hond wil op de voorbank klimmen, omdat hij het daar naast de bestuurder een stuk gezelliger vindt. Dat geeft veel vruchteloos gemopper en pogingen om de hond terug te duwen. Soms blijft hij even beduusd zitten maar herhaalt vervolgens zijn escapades. Of de hond gaat blaffen uit frustratie wat ook weer gemopper geeft. Misschien zelfs een ongerichte klap naar achteren als de irritatie over het aanhoudende geblaf te groot wordt. De hond leert op die manier dat blaffen aandacht oplevert, weliswaar niet de leukste vorm, maar iets is meer dan niets. Daarom ga je vanaf het begin dat je hond meegaat in de auto zorgen dat autorijden leuk is en het gewenste gedrag – rustig achter op de bank liggen – te belonen met een lekkere snack.

Geef alleen aandacht aan gewenst gedrag
Laat iemand die jouw hond goed kent naast je hond op de achterbank gaan zitten. De hond krijgt alleen aandacht als hij rustig is en zich rustig gedraagt. Die persoon spreekt de hond op die momenten vriendelijk toe en houdt lichamelijk contact door een hand rustig tegen zijn hondenlijf aan te houden. Of door tegen zich aan te laten liggen. Als de hond onrustig wordt, troost je niet. Verbreek wel onmiddellijk het lichamelijke contact door je hand weg te trekken of op te schuiven.

Je kan de hond ook een kauwstaaf geven of een met lekkers gevulde Kong voetbal om verveling te voorkomen. Je moet zo’n lekkere snack of voeding pas geven als de hond rustig is! Niet om hem rustig te krijgen want dan beloon je het onrustige gedrag waardoor dat zal toenemen!

Eerst gewenst gedrag, dan de beloning!
Ook hier geldt dat je heel goed moet weten wanneer je een botje of speeltje aan de hond geeft. Dat is alleen toegestaan als de hond rustig is, nooit als hij onrustig is. Want dan beloon je het ongewenste gedrag zodat het erger zal worden. Probeer ongewenst gedrag altijd te negeren.

Alleen met jou als bestuurder in de auto
Het is misschien niet mogelijk om de eerste keren iemand mee te nemen om het juiste gedrag van de hond te belonen. Dan is het belangrijk dat je toch zorgt dat je het gewenste gedrag kunt belonen. Neem als het enigszins kan een rustige route. Hou genoeg gevarieerd lekkers bij de hand en stop de hond iedere keer als hij rustig is iets lekkers toe. In het begin is het belangrijk het gewenste gedrag veel te belonen. Dan ga je om het gedrag vast te zetten over op interval beloning. En tenslotte onderhoud je het gewenste gedrag door af en toe te belonen als de hond rustig zit of ligt.

Als de hond al gewend is steeds te blaffen in de auto zul je moeten werken aan stil zijn.

Clickertraining bij blaffen in auto
Het enige wat echt helpt is een gerichte aanpak. Gebruik van de clicker is nu wel echt handig. Je kunt twee dingen doen, gaan clicken voor stil zijn en vervolgens voor rustig liggen of zitten. Dat werkt voor een hond die alleen maar blaft. Heb je echter een hond die ook als een dolle heen en weer springt, leer hem dan eerst om rustig op een matje te gaan liggen. Bijt je hond ook nog in je bekleding train hem dan eerst in een bench. Daarna leg je het matje of zet je de bench in de auto. Omdat de hond geleerd heeft in die omstandigheden rustig te zijn, zal hij door de conditionering dat in de auto ook makkelijker zijn. Vanaf het moment dat je matje of bench met een stille hond in de auto hebt volg je de training zoals hieronder beschreven staat.

De hond blaft wel, maar is niet helemaal door het dolle
In dit geval kun je meteen in de auto gaan trainen. Het is wel handig als iemand anders stuurt want trainen en sturen gaat niet samen. Click voordat je gaat rijden onmiddellijk voor het kleinste moment van stilzijn, liefst zelfs voordat de hond een poot in de auto heeft gezet. Dat is een beetje afhankelijk van waar het probleem begint. Misschien al in huis bij het aanlijnen, dan click je daar voor stil zijn. Misschien al bij instappen, dan click je voordat de hond instapt. Misschien pas bij wegrijden, dan click je voordat je gaat rijden.

Neem altijd genoegen met kleine stapjes van succes
De eerste seconden zonder blaffen zijn het begin van een geruisloze autorit. Click dus daarvoor en voer pas als die paar seconden goed gaan de tijd van stilte op. Rij vooral niet echt ergens naartoe, maar maak er een oefening van door maar een heel klein stukje te rijden. Of misschien rijd je nog geen centimeter, afhankelijk waar het probleem begint. Verhoog je norm echt heel langzaam. Als het begin er goed inzit gaat de rest veel beter dan wanneer het begin al twijfelachtig is. Schrijf op hoe lang je hond zijn mond dichthoudt. Soms lijkt het maar of men niet verder komt. Maar onmiddellijk blaffen of een minuut niet blaffen is voor je hond al een heel grote verandering.

Haal in ieder geval de conditionering er uit, reageer niet als je hond blaft! Als je hond weer gaat blaffen omdat de aangeleerde minuten van stil zijn voorbij zijn, probeer dan om niet op dezelfde manier daarop te reageren zoals je altijd hebt gedaan. Dat voorkomt dat je het gedrag onderhoudt, wat in ieder geval wel meegenomen is.

Wees ingesteld op terugval
Hoe ver je ook komt, er komt altijd een moment waarop het lijkt of de hond er niets van heeft begrepen. Reageer er niet op! Ga de volgende leersessie een stapje terug en begin op een lager niveau opnieuw.

17:15 Gepost door peter santens | Permalink | Commentaren (5) |  Facebook |

22-11-13

Hond en traplopen

Veel hondeneigenaren denken dat traplopen een ongezonde bezigheid is voor hun hond. Het zou tot heupdysplasie en andere gewrichtsafwijkigen kunnen leiden en "daarom is het maar beter om de jonge hond niet te laten traplopen". Althans, zo luidt vaak het advies. In dit artikel lees je wat hiervan waar is en hoe je ervoor kunt zorgen dat je hond veilig de trap op en af gaat.

Balanceren
Met vier poten om het lichaamsgewicht te verdelen en een kop en staart om te balanceren is het hondenlichaam prima in staat om te traplopen. Met een beetje training en oefening heeft hij dit zo onder de knie. Let erop dat je hond nooit zonder begeleiding de trap op- en afgaat want dan bestaat de kans op blessures.

Hoe leer je een hond traplopen?
De beste manier om je hond te leren traplopen is door hier op jonge leeftijd mee te beginnen. Dit geldt ook voor pups die fysiek groot genoeg zijn om de treden gemakkelijk te kunnen nemen. Je hoeft dus niet te wachten totdat je pup volwassen of uitgegroeid is.
1.      Zoek een plek op met enkele treden. Denk hierbij aan de ingang van een gebouw of een betonnen opstapje. Let er hierbij op dat er niet meer dan drie of vier treden zijn en dat deze voldoende ruimte hebben. Zelfs een stoeprand is in het begin een prima obstakel voor je pup om te overwinnen.
2.      Lijn je pup of hond aan en laat hem onderaan de trap zitten. Houd een beloning voor zijn neus en trek deze rustig naar voren en dus van hem vandaan. Loop nu rustig de treden op met je pup en zorg ervoor dat hij achter je been blijft. Beweeg langzaam zodat je pup de tijd krijgt om zijn pootjes goed te plaatsten. Zodra jullie de treden genomen heben, geef je hem zijn beloning. Zo leer je de pup om rustig op een trap te lopen. Herhaal dit een paar keer om vervolgens het loksnoepje weg te laten. Je wilt namelijk dat je pup of hond zich concentreert op het traplopen en niet op het volgen van beloning.
3.      Let erop dat je pup de treden om en om met zijn poten betreedt. Sommige pups willen namelijk wel eens van trede naar trede springen (als een konijn) om er met alle poten op te landen. Het gaat erom dat er sprake is van een vloeiende beweging.
4.      Het van de trap aflopen is voor een ongeoefende hond meestal iets ingewikkelder dan de trap oplopen. Oefen dit daarom niet op een hoge trap met veel treden. Zorg er voor dat je pup of hond netjes achter je blijft. Houd hem aan de riemhond_zwartbruin_optrap_250x201_tcm8-78007.jpg en begeleid hem eventueel met een lekkere beloningsnack naar beneden.

De meest voorkomende oorzaken van blessures bij het traplopen
Het zal je niet verbazen dat je hond het meeste risico op een blessure loopt tijdens het afdalen van een trap. We hebben de meest voorkomende oorzaken voor je op een rijtje gezet:
·         Ongecoördineerd traplopen; honden die onvoldoende geleerd hebben om hun lichaam te balanceren, hebben grote moeite om soepel te trap af te komen. Hierbij bestaat de kans dat ze een paar treden missen en met een grote smak beneden komen, met een lelijke blessure als gevolg.
·         Ongecontroleerd traplopen; honden die niet begeleid worden tijdens het traplopen en regelmatig de trap op- en afrennen, kunnen zichzelf lelijk bezeren. Denk bijvoorbeeld aan de situatie dat de hond boven ligt en de deurbel gaat. Door de opwinding kan de hond de trap op- of afstormen en hierbij wat treden overslaan.
·         Gladde ondergrond; met name geschilderde houten trappen zonder vloerbedekking kunnen erg glad zijn. Dit kun je overigens gemakkelijk oplossen door de treden te voorzien van een anti-slip mat of door een anti-slipstrip in de treden te laten frezen. Dit laatste is een relatief goedkope oplossing.
·         Overgewicht; een (te) dikke hond loopt veel meer risico's op blessures tijdens het traplopen dan een slanke hond. Dit heeft te maken met de verschuiving van het gewicht naar de voorpoten. Dit kan voor onbalans zorgen waardoor de hond uit evenwicht raakt en geforceerd de trap afkomt.
·         Angst; een hond die nooit geleerd heeft om trap te lopen, kan onzeker of zelfs angstig zijn zodra hij bovenaan een trap staat om naar beneden te moeten. Deze honden wringen zich vaak in bochten om de trap maar niet te hoeven gebruiken. Van een vloeiende beweging is bij dit soort honden meestal geen sprake. Daarom is het verstandig om een hond op jonge leeftijd te leren om de trap te gebruiken.

Voorkomen dat je hond de trap uit zichzelf gebruikt
Je kunt voorkomen dat je pup of jonge hond uit zichzelf de trap op stormt. Dit gaat als volgt: laat je pup iedere keer zitten voordat hij de trap op- of afgaat. Geef een duidelijk gesproken commando (bijvoorbeeld 'ga' of 'trap op') zodra je hem naar boven begeleidt. Zo leer je hem dat hij alleen de trap mag gebruiken zodra jij daar toestemming voor geeft.

18:34 Gepost door peter santens | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

31-08-13

Hoe houd je de aandacht van je hond?

De bedoeling van deze oefening is dat je hond op je let zodra je daarom vraagt. Altijd, ongeacht wat hij op dat moment doet. Onmiddellijke aandacht van je hond krijgen, ongeacht waar hij op dat moment mee bezig is, is een heel krachtig middel om mogelijke agressie te voorkomen.

Je kunt het gebruiken als je hond baknijd vertoont. Of als je hond uitvalt naar andere honden. Of naar mensen. Je kunt het ook gebruiken als iemand je hond angst inboezemt en je hond die persoon gaat aanstaren, wat vaak de voorbode van een uitval is.

Kijk eens staat voor positief
De woordjes ‘Kijk eens’ zijn een signaal dat voor de meeste honden een positieve klank heeft. We gebruiken het vaak onbewust als we de hond iets lekkers willen geven of hem iets lekkers dat op de grond gevallen is aanwijzen. Daarom is het handig voor deze oefening precies die woordjes te gebruiken: waarom tenslotte iets anders kiezen als deze woordjes al attentiewaarde hebben?

Het ‘Kijk eens’ moet zo’n impact op je hond krijgen dat hij daar onmiddellijk op reageert door zijn volledige aandacht op je te richten. Ongeacht waar hij op dat moment mee bezig is.

Als je het signaal ‘Kijk eens’ zo krachtig maakt dat het ieder gedrag onmiddellijk stopt, heb je een heel sterke rem in handen. Die rem kan maken dat de hond nooit echt uitvalt en daardoor niemand ooit een haar zal krenken. Die rem kan het verschil maken tussen een lang en gelukkig hondenleven en een in beslag genomen hond. Daarom is het heel handig de hond dit krachtige signaal aan te leren. Dat is niet erg moeilijk, het gaat als volgt:

Voorbereiding aanleren signaal 'Kijk eens'
Je hebt bijzondere en gevarieerde versnaperingen in een heuptasje, of overal door huis verspreid in afgesloten maar makkelijk te openen doosjes

Stap I
Je begint binnenshuis, in een rustige situatie zonder afleiding. Als je hond op je let (een gedraaid oor kan al een begin zijn) of naar je kijkt, zeg je onmiddellijk ‘Kijk eens’ en geef meteen wat lekkers of gooi een speeltje weg. Herhaal dit iedere keer als de mogelijkheid zich voordoet. Dus wees attent, vang die eerste kleine tekenen en reageer er meteen op.  

Een click in ruil voor aandacht
Je kunt uiteraard de clicker gebruiken om het gedrag dat je wilt hebben in te kaderen. Uitgangspunt is dat de hond heel precies geleerd hebben wat een click betekent.

Bouw de aandacht van je hond uit. Eerst reageer je met het geven van aandacht/beloning bij de flauwste blik, maar uiteindelijk wil je een langere of intensere blik.

Let op: het kan best gebeuren dat je hond je gaat dwingen om lekkers te geven door je niet zozeer aan te kijken als wel tegen je te blaffen, op te springen of met zijn neus aan te stoten. Negeer dat gedoe door je heel simpel om te draaien en weg te lopen.

Je bent klaar voor de volgende stap als je je hond vaker en intenser naar je gaat kijken.

Stap 2
Als jouw hond vaker en intenser naar je gaat kijken (wat vanzelfg ebeurt als je dat gedrag honoreert met een reactie van jouw kant) , ga je het woordje ‘Kijk eens’ gebruiken om het aankijken actief onder controle te krijgen. Probeer of het werkt door als je hond niet naar je kijkt ‘Kijk eens’ te zeggen. Kijkt hij je aan, beloon hem dan onmiddellijk sociaal met een supervrolijke reactie en geef ook een extra beloning. Dat kan iets lekkers zijn, maar ook een knuffel (als je hond dat prettig vindt!) of een trek- of apporteerspelletje (als je hond de spelregels kent!).

Actief aankijken
Actief aankijken moet de norm worden om een beloning te krijgen. Blijf niet hangen in een flauwe of zijdelingse blik, maar verhoog je norm totdat het uiteindelijke doel is behaald en beloon alleen dat nog maar. Zorg wel voor beloningen die de moeite waard zijn! Als je bereikt hebt dat je hond je vier van de vijf keer achter elkaar aankijkt als je ‘Kijk eens’ zeg, ben je klaar voor de volgende stap.

Stap 3
Als je hond in een rustige situatie volgens jouw norm vlot op jouw ‘Kijk eens’ reageert, ga je dat oefenen met afleiding. Eerst met een beetje afleiding, bijvoorbeeld een rondlopend persoon. Dan met veel afleiding, zoals meerdere of druk pratende mensen, dan met druk pratende en druk gebarende mensen, enzovoort. Oefen vanuit verschillende situaties, dus niet alleen in de huiskamer maar ook in een andere woonruimte. Begin met een ruimte, en ga naar een volgende als het in die ene ruimte goed gaat. Maak de beloning waardevol door je eisen te verhogen: hij moet er iets voor doen, dan blijft het belangrijk voor hem. Maar: ga ook niet te snel! Pas na vier van de vijf keer succes verhoog je je norm. Pas als je hond in zulke omstandigheden op je ‘Kijk eens’ reageert door onmiddellijk naar jou te kijken, ben je klaar voor de volgende stap.

Stap 4
Pas als het onder moeilijker omstandigheden in huis goed gaat en je hond dan onmiddellijk reageert op jouw ‘Kijk eens’, ga je buiten oefenen. Begin nu weer in een rustige omgeving. Wees bedacht op de geringste aanwijzing dat je hond op jou let, zeg meteen ‘Kijk eens’ en honoreer het onmiddellijk met een beloning. Doe dat een paar keer en pas als je merkt dat je hond je meer aandacht gaat geven door je meer aan te kijken, ga je zelf om dat gedrag vragen. Dan zeg je ‘Kijk eens’ als je hond ergens anders naar kijkt en beloon de hond voor oogcontact.  

Maak de situatie pas moeilijker als de hond daar rijp voor is. Dus voeg drukte en afleidingen pas toe als je hond vlot reageert op jouw ‘Kijk eens’ in rustiger situaties.

Let op: gebruik nu nog geen situaties waar de hond echt problemen mee heeft. Het gaat erom dat hij onder normale drukke omstandigheden je zijn aandacht geeft. Pas als dat goed gaat, ga je met het ‘Kijk eens’ zijn aandacht vragen in situaties die moeilijk voor je hond zijn. De woordjes ‘Kijk eens’ voorkomen dan dat de hond de fout in gaat of je kunt ze gebruiken om reeds ingezet ongewenst gedrag te doorbreken.

Dus:
De woordjes ‘Kijk eens’ krijgen waarde door de aandacht van de hond met iets wat hij leuk vindt te honoreren. Dat kan lekkers zijn, maar ook trekspelletjes of het apporteren van een balletje. Pas als je hond onmiddellijk op jouw ‘Kijk eens’ reageert in drukke omstandigheden, is de tijd rijp om het te gebruiken ter ondersteuning van een therapie voor probleemgedrag.

09:20 Gepost door peter santens | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

1 2 3 4 5 6 7 8 Volgende